Cristina Branco
Fado
Artiest A-Z
Adel Salameh Trio Traditional
Canto Coimbra Fado
Carlos do Carmo Fado
Carlos Leitão Fado
Carmen Souza Fusion / World Ja...
Cristina Branco Fado
Custódio Castelo Instrumental musi...
Farida a. Iraqi Maqam
Fernando Deghi Instrumental musi...
Fundo do Quintal Samba
Lucia Pulido Traditional Colum...
Manecas Costa Worldmusic
Márta Sebestyén Traditional music
Moderna Tradição Samba - Choro
Ná Ozzetti Samba - Choro
OqueStrada Pub music
Pedro C. Cabral Instrumental musi...
Siba e a Fuloresta Samba
Stockholm L. Project From fado to Pols...
Yom Klezmer
Concertagenda
Melomusic
José Melo Music Productions & Management is een boekings­kantoor gevestigd in Amsterdam. Wij verzorgen sinds 1998 wereld­wijd artistieke en culturele evene­menten en organiseren concerten en muziek­projecten van gezel­schappen met hoge artistieke en culturele kwaliteit, in zalen met een capaciteit tussen de 100 en 2000 bezoekers. We adviseren bij muzikale ontwikke­lingen in Portugal en de Portugese dias­pora.
Gebruik het boekings­kantoor van José Melo Music Productions & Management om een van onze artiesten te boeken. Op de Melomusic website vindt u artiest­informatie inclusief bio­grafie, disco­grafie en foto­grafie, geluids­fragmenten, berichten uit de media en kunt u online CD's bestellen.
Taal
Cristina BrancoCristina BrancoJosé Melo Music Productions & Management verzorgt Benelux Booking voor Cristina Branco
Genre: Fado  
Bezetting: Portugese gitaar, akoestische gitaar, basgitaar, zang, piano
Biografie
Biografie
Lijden, weemoed en onmacht tegenover het noodlot zijn de tragische verhalen die men verwacht bij het beluisteren van traditionele fadomuziek. De lange traditie van de fado kent een aantal vaste formules om deze gevoelens tot uiting te laten komen. Een getrouwe herhaling hiervan kan soms leiden tot emotionele vervlakking. Dit gebeurt niet bij Cristina Branco.
Branco weet het beste van de traditie voort te zetten, zoals te horen bij de door haar vertolkte fadoklassiekers. Ze blaast de fado met haar authentieke interpretatie nieuw leven in. Met haar prachtige stem en haar gevoelige vertolking probeert ze de teksten en de muziek van de fado samen te laten vloeien tot een perfect samenhangend geheel.
Cristina Branco (1972) groeide ver van de fadohuizen in Lissabon op en niemand kon vermoeden dat de fado haar eindbestemming zou worden. Haar belangstelling ging oorspronkelijk uit naar volksmuziek, jazz, blues en bossanova en dit gold voor veel jonge Portugezen die na de Anjerrevolutie (1974) geboren werden. Branco beschouwde de fado als een muziekgenre dat hoorde bij een andere generatie. Toen haar grootvader haar voor haar achttiende verjaardag het album Rara e Inédita van Amália Rodrigues cadeau gaf, veranderde alles. Branco ontdekte dat in de fado alle denkbare emoties scholen die samenkwamen in een nauwe verbintenis tussen stem, poëzie en muziek. De amateurzangeres - die toen nog communicatiewetenschappen studeerde en journalist wilde worden – was meteen verkocht en begon haar stemtechniek te ontwikkelen. Vanaf dat moment nam ze haar nieuwe roeping serieus.
Cristina Branco behoort tot de groep jonge musici die midden jaren negentig in de fado een nieuwe expressievorm ontdekten en hieraan een eigen verrassende interpretatie gaven. Wat Branco met deze groep gemeen heeft, is respect voor de traditie en de drang deze te vertalen naar vernieuwende vormen. Branco ontwikkelde in de loop der tijd een geheel eigen stijl en treedt op met een traditionele groep musici (zang, piano, Portugese gitaar, gitaar en basgitaar). Kenmerkend voor Branco’s muziek zijn haar lichte, warme en tegelijk doorleefde stem, een mengeling van traditionele fado's, eigen thema's en volksliedjes waarbij ze zorgvuldig de teksten van de beste Portugese dichters uitkiest.
Media en pers
Altijd op reis, nooit ergens thuis
Vorig jaar won de Portugese fado-zangeres Cristina Branco de prestigieuze Prix Choc voor de beste cd in het genre Wereldmuziek. Nu vertolkt zij gedichten van Slauerhoff. "Het is ongelooflijk hoe goed Slauerhoff de Portugese ziel heeft aangevoeld en verwoord."

AMSTERDAM, 8 APRIL. Voor de dichter J. Slauerhoff (1898-1936) zou het de verwezenlijking van een droom zijn: gedichten van hem gezongen als fado, de Portugese blues, het smartelijke lied over verlangen, melancholie en onrust. De zangeres Cristina Branco (Almeirim, 1972) vertolkt enkele van Slauerhoffs beroemdste gedichten, vertaald door dichteres Mila Vidal Paletti. Het gedicht 'Fado' met de prachtige eerste regels Ben ik traag omdat ik droef ben,/ Alles vergeefs vind en veil' klinkt in het Portugees: 'Será que sou lento por ser triste,/ Porque tudo julgo inútil e vão. Branco heeft drie vaste begeleiders. Een van hen, bespeler van de fado-gitaar, is componist Custódio Castelo. Hij maakte de melodielijn en gaf het ritme aan voor de gedichten van Slauerhoff.

Net als Slauerhoff is Cristina Branco altijd op reis. In de Bonifatiustoren in Leeuwarden, een paar honderd meter van Slauerhoffs geboortehuis, nam zij vorig jaar november haar cd Cristina Branco canta Slauerhoff op. Nu verblijft ze in een schaars ingericht appartement in een Amsterdamse wijk. Voor Branco was het belangrijk in Leeuwarden te zijn: "Atmosfeer betekent veel voor mij. Ik heb Slauerhoffs geboortehuis gezien. Ik denk dat hij een ongelukkig man was, nooit ergens thuis, misplaatst. Ik herken dat, zo gaat mijn leven ook. In Portugal wordt de fado vooral gezongen in kleine, gesloten huizen. Mensen komen bij elkaar en zingen voor elkaar. Dat is de traditionele fado. Onze liederen zijn opener, moderner, met invloeden uit de jazz. Dat is behoorlijk revolutionair, maar ik vind het noodzakelijk. Ook de fado moet evolueren. Hoe het publiek in Portugal hierop gaat reageren weet ik niet, ik heb Slauerhoff er nog niet gezongen. We hebben wel Portugese dichters gezongen, zoals Camões of Fernando Pessoa. Maar het is ongelooflijk hoe goed Slauerhoff de Portugese ziel heeft aangevoeld en verwoord."

Cristina Branco begon zich pas zo'n jaar of vijf geleden, rond haar tweeëntwintigste, te interesseren voor fado. Als kind luisterde Branco naar klassieke muziek, jazz en pop, totdat haar grootvader haar een grammofoonplaat gaf met fado. Ze was verkocht. "Het was", zegt ze, "alsof ik op een paard zat dat op hol sloeg, zo heftig werd ik erdoor gegrepen." Onvermijdelijk valt in het gesprek de naam van de koningin van de fado, Amália Rodrigues. Haar mooiste plaat vindt Branco Rare and Unedited, onbekende liederen van Rodrigues. Branco: "De traditionele fado is wat stroef, maar Amália gaf er een nieuwe dimensie aan door vreugde en ook lichtzinnigheid toe te voegen. Toen ik dat hoorde, wilde ik zangeres worden; ik zette mijn studie journalistiek aan de kant en nam zang- en ademhalingslessen. Ook begon ik boeken over Rodrigues te lezen: ik wilde weten hoe zij haar levenservaringen omzette in muziek.

"Fado is oorspronkelijk een dans die de schippers meenamen uit Afrika", vervolgt Branco. "Daarna is er een vermenging ontstaan met de Braziliaanse bossanova. De gitaar werd pas toegepast toen de Engelsen in Portugal portwijn kwamen kopen; zij kregen de port, wij de gitaren. Het woord fado is verbonden met fatum, noodlot. Het is muziek over de kunst van het lijden. De traditionele fado-zangeres of zanger doet teksten op uit boeken, waarin de liedjes staan. Er zijn zo'n driehonderd. Wij wilden met de poëzie van Slauerhoff een nieuwe dimensie aan de fado geven."

Slauerhoff deed op zijn reizen als arts veelvuldig Lissabon aan. De dichter Camo~es komt voor in zijn poëzie en romans, bijvoorbeeld Het verboden rijk (1932). Tal van gedichten en zelfs bundels verwijzen naar het Portugese lied, zoals het genoemde 'Fado', 'Saudade' en de bundel Serenade (1930). Slauerhoff werd betoverd door de droefheid van Lissabon, door de gele afhellende oevers van de Taag en het verval en de glorie van het voorbije. In een gedicht dat Cees Nooteboom op de cd voorleest, staat: Ik bewandel 's middags de prado's/ En 's avonds hoor ik de fado's/ Aanklagen tot diep in den nacht:/ 'A vida é immenso tristura'/ Een van hen hoorde ik zingen/ En mijn kilte tot droefenis dwingen:/ Ik heb niets tot troost dan mijn klacht./ Het leven kent geen genade, / Niets heb ik dan mijn fado/ Om te vullen mijn leege nacht. Cristina Branco zingt tijdens haar verblijf in Nederland de fado zowel in cafés als theaters. Voor theaters heeft ze een voorkeur, daar is aandacht en stilte: "Theaters doen me aan de Portugese fado-huizen denken, waar de hele nacht wordt gezongen." Haar stem, een sopraan, heeft dezelfde soepele zeggingskracht en intensiteit als van haar voorbeeld Amália Rodrigues. De verscheurdheid die de fado uitdrukt, is ook die van Slauerhoff. Dankzij Cristina Branco's zangkunst kunnen we ons voorstellen wat Slauerhoff hoorde als hij 's nachts door de oude straten van Lissabon zwierf in de wijk Mouraria, waar hij 'velen als mijzelve' tegenkwam, 'die leven zonder liefde, lust, hoop.' Dus zongen ze over hun leven 'sem amor, fé, alegria...'
 Kester Freriks, NRC handelsblad (08-04-2000)
Games in concert 2
Games in concert 2
UTRECHT - De Portugese fadozangeres Cristina Branco zingt op 8 december in Vredenburg Leidse Rijn in Utrecht bekende nummers uit computerspellen. Samen met het Metropole Orkest brengt zij tijdens de tweede editie van Games in Concert Moon over the Castle uit de racegame Gran Turismo 4 en een stuk uit het spel Grandia II ten gehore.
Naast Branco staan ook de Nederlandse rockband Intwine, rapper Brainpower en saxofonist Benjamin Herman van New Cool Collective op het podium. Onder leiding van de Amerikaanse dirigent en componist Laura Karpman speelt het Metropole Orkest samen met gastmuzikanten muziek uit beroemde games, zoals Legend of Zelda, Super Mario Bros, Tetris, Halo en Starcraft.

Intwine en Brainpower spelen in Vredenburg de soundtrack The Chosen, die ze schreven voor de nieuwe adventure game Assassin's Creed.

Laura Karpman, die voor de gelegenheid het Metropole Orkest dirigeert, componeerde muziek voor diverse tv-series, films en games.

Op 9 december wordt het concert uitgezonden door Radio 3FM en Radio 2.

Bron tekst: www.telegraaf.nl
Bron foto: De Volkskrant van maandag 10 december 2007
 Martijn Beekman (8 -12-2007)
Discografie
Fado Tango (2011)
Cristina Branco releases her stunning new album of emotionally charged songs. Branco was originally drawn to jazz and forms of Portuguese music before finally opting for fado after being introduced to the music of Amália Rodrigues by her grandfather. Branco studied the poems from which major fado lyrics are taken. Branco continues to work on her fado repertory, accompanied by Custódio Castelo on guitar and as composer.
Luisteren
- Se Não Chovesse (Fado Súplica)
- Anclao En Paris
- Um Amor
- L'Invitation Au Voyage
- Não Há Só Tangos Em Paris
- Canção De Amor E Piedade
- Les Désespérés
- A Laurindinha
- Dos Gardénias
- Quando Julgas Que Me Amas
- Serenata
- Reflexão Total
- Talvez
- Sete
- Não E Desgraça Ser Pobre (Fado Menor Do Porto)
- Soluço
Kronos (2009)
Een nieuwe cd, een nieuwe tournee. Voor dit project heeft Cristina Branco de beste muziek- en tekstschrijvers uit Portugal, afkomstig uit verschillende muzikale stromingen, uitgedaagd speciaal voor haar nieuwe liederen te schrijven met als uitgangspunten: fado, saudade (heimwee, nostalgie) en tijd. KRONOS.
Luisteren
Abril (2007)
Deze CD aanschaffen: Bezoek ook de Melomusic CD winkel Prijs: € 20,00
Ode aan José (Zeca) Afonso (1929-1987) de belangrijkste zanger/dichter/componist uit de portugese muziek geschiedenis: Dat is misschien wel de grootste verdienste van dit project van Cristina en het draagt er zeker toe bij dat het om een zeldzaam mooi album gaat. Het album is op meesterlijke wijze gemaakt, met kennis van zaken en professionaliteit en met heel veel liefde en toewijding bovendien. De nummers waren ooit al voorbestemd om de tijd te overleven en onsterfelijk te worden en nu hebben ze een nieuwe vorm en een nieuwe dimensie gekregen: die van de zangeres die ze haar stem leent en ze opnieuw uitvindt zonder ze te vervormen. Cristina Branco en haar begeleiders op dit album bezitten dat grote talent en daarom is het een genot deze liedjes te beluisteren. Vandaag net zo goed als gisteren en voor altijd.
Luisteren
 
Live (2006)
Deze CD aanschaffen: Bezoek ook de Melomusic CD winkel Prijs: € 20,00
Ode aan zangeres Amália Rodrigues, Live opgenomen in de Stadsschouwburg te Leiden, met een keuze uit een reeks liederen die Amália Rodrigues heeft gezongen en Cristina Branco geïnspireerd hebben in haar carrière.
Luisteren
 
Ulisses (2005)
Deze CD aanschaffen: Bezoek ook de Melomusic CD winkel Prijs: € 19,00
Each of Cristina Branco’s albums contains, in a more or less conscious way, the germ of the one that follows it: Sensus, the last disk by the Portuguese singer, was the exploration of the erotic vein that touched on the field of a song in the work before it, Corpo Iluminado. Ulisses well deserves its name: Ulisses evokes voyages, adventure, wandering, love, leaving, returning. The myth of Ulisses could have been the origin of the Portuguese Saudade, this fatalistic nostalgia, marked by waiting, so linked with the sea and the uncertainties it generates.
Luisteren
 
Sensus (2003)
Deze CD aanschaffen: Bezoek ook de Melomusic CD winkel Prijs: € 19,00
Like Corpo Iluminado, my new album Sensus was inspired by a poem written by the Portuguese poet David Mourão Ferreira. Some will find the erotic themes of this album daring. To actually sing about physical love in this way is, indeed, quite out of the ordinary. And yet, this album embodies more than a daring thematic approach. Sensus offers the listener a true summary of viewpoints on sexuality and love, from the eighteenth century to the present day.
Luisteren
O Descobridor (Cr... (2002)
Deze CD aanschaffen: Bezoek ook de Melomusic CD winkel Prijs: € 20,00
In 2000 bracht Cristina Branco een eerbetoon aan Nederland, het land waar ze haar carrière was begonnen en dat haar zeer toegedaan is. Ze nam een plaat op die geheel gewijd is aan de Nederlandse dichter Jan Jacob Slauerhoff, die enige tijd in Portugal heeft gewoond. De cd Cristina Branco canta Slauerhoff, die alleen in Nederland uitkwam, kreeg in 2001 de platina status.
Liedteksten

De eenzamen

IV

Stil sta ik in de steppe,
De doffe zon gaat onder,
De schrale maan verschijnt.

Het gras dampt, klam en vochtig,
De grond blijft stijf bevroren
In heete korte zomer:
‘t Blijft winter in de zomer.

De klokjes zijn nog hoorbaar,
Het rulle spoor nog zichtbaar,
De kar is al verdwenen.

Ja, alles gaat, verdwenen…
Wat over is gebleven
Is lief maar onvoldoende
Om op te leven.

Os solitários

IV

Na fria planície me quedo em silêncio;
Um sol mortiço vai descendo a ocidente.
Pálida, a lua assoma ao firmamento.

Em fumos se expande a terra orvalhada.
Nos campos hirtos, sob o Verão quente
E fugaz, esconde-se o gelo eterno:
É o Inverno numa farsa de Verão.

Ainda se ouvem os chocalhos tilintar,
Ainda se avista o trilho irregular,
A carroça, essa, deixou de se ver.

Sim, tudo passa, desaparece...
E, embora inspire ternura,
O pouco que ficou
Não chega para viver.

De ontdekker

Hij had het land waarvoor hij scheepging lief,
Lief, als een vrouw ‘t verborgen komende.
Er diep aan denkend stond hij droomende
Voor op de plecht en als de boeg zich hief

Was ‘t hem te moede of ‘t zich reeds bewoog
Onder de verten, waarin ‘t sluimerde,
Terwijl ‘t schip, door de waterscheiding schuimende,
Op de aanbrekende geboort’ toevloog.

Maar toen het lag ontdekt, leek het verraad.
Geen stille onzichtbre streng verbond hen tweeën.
Hij wilde ‘t weer verheimlijken –te laat:
Het lag voor allen bloot. Hem bleef geen raad
Dan voort te varen, doelloos, desolaat
En zonder drift – leeg, over leege zeeën.

O descobridor

Tinha amor à terra que o mar lhe ocultava,
Amor, como uma mulher ao ente que vai nascer.
Assim ia cuidando e em sonhos se afundava,
No alto da coberta, olhando a proa erguer.

Pareceu-lhe que algo se mexia,
uma névoa ao longe a querer romper,
Enquanto o barco, espumando, as águas dividia
De encontro à terra prestes a nascer.

Ao descobri-la porém, soube-lhe a traição.
Nada os unia. Oculto no silêncio, nenhum cordão.
De novo quis encobri-la mas era tarde de mais:
Nua jazia aos olhos do mundo. Apenas lhe restava
Seguir curso tristemente, sem destino nem cais
E sem corrente – vazio de si no vazio dos mares.

Verlangen

Wij wachten daaglijks dat morgen
Vrijheid aanbreken moet,
Om nooit meer te gaan in ‘t verborgen
Terug – ons licht voorgoed.

Gebeuren zal dit niet,
Zoomin als een engel daalt
Naar streken waar verdriet
Tot wanhoop wrang verschaalt,

Niet volgens onze orde:
‘t Geluk wacht zijn eigen tijd
Om geboren te worden
Binnen de werkelijkheid.

Maar ééns, door levensengte
Breekt haar rijk open, wijd…
Wij werden ingewijd
En weten sinds zij ons wenkte:
“Ik kom op tijd.”

Aspiração

Amanhã há-de raiar a liberdade,
Esperamos nós cada dia que passa,
P’ra não volvermos a cair na obscuridade:
Volta – luz nossa, para sempre.

Jamais virá esse momento
Tal como nenhum anjo desce à terra,
Nem a lugares onde o sofrimento
Despe o azedume e enverga o desespero.

Não face à ordem que nos guia:
A felicidade espera a vez que lhe cabe
E só vem à luz um dia
No quadro da realidade.

Mas eis que na estreiteza da vida,
Seu reino se abre, em imenso lugar...
Por ela nos deixámos iluminar:
E agora sabemos, quando anuncia:
“A tempo me faço chegar”.

Vida triste*

Gedoemd om droevig te leven
Wordt ieder die te veel liefheeft;
Nog nooit hield mijn hart het tegen,
De liefde die groot verdriet geeft.

Weer zocht tevergeefs aan jouw borst
Mijn gemartelde hart zijn rust,
Dat wil troost voor brandende dorst
En wordt niet gelescht door lust.

En altijd lijden en boeten
Moet men voor iedere daad,
Tot de wellust der laatste zoete
Liefkoozing in dood vergaat.

Hoe lang men soms kan omhelzen,
Eens is weer de tijd vervloden;
Kan men dan nooit die helsche
Vervloekte passie dooden?
Ik weet het, liefde is zonde
En dus kreeg ik ook mijn straf:
Ik ben voor eeuwig gebonden
Aan iemand die nooit om mij gaf.

Wel heeft hij mij veel streelingen
En liefkoozingen gedaan,
Nooit kon hij mijn liefde bevredigen,
Dat kan zeker niet bestaan.

Ik weet wel, lijden en boeten
Moet men voor iedere daad,
Tot de wellust der laatste zoete
Liefkoozing in dood vergaat.

Hoe lang men soms kan omhelzen,
Eens is weer de tijd vervloden;
Kan men dan nooit die helsche
vervloekte passie dooden?

*vertaald anoniem

Vida triste*

Condenado a viver triste
É sina de quem muito ama.
Nunca tu, meu coração, resististe
Ao amor que a dor inflama.

Mais uma vez meu torturado coração
Buscou abrigo no teu peito, inutilmente;
Não há quem lhe console a sede ardente
Nem ele se farta das delícias da paixão.

E sempre, para qualquer acto,
Há que pagar com o sofrimento,
Até que a doçura do último tacto
Acabe por morrer num lamento.

Por mais que os corpos se enlacem
Um dia tudo passa e só fica a solidão.
Haverá porventura alguém
que mate o fogo de tão maldita paixão?
Eu sei que amar é pecado
Por isso também a mim o céu castigou
Fiquei pra vida amarrado
A quem sempre me enganou

Jamais o amor me faltou
Com ternuras e afagos
Mas libertar meus anseios,
Nunca de tal se lembrou.

E sempre, para qualquer acto,
Há que pagar com o sofrimento
Até que a doçura do último tacto
Acabe por morrer num lamento.

Por mais que os corpos se enlacem,
Um dia tudo passa e só fica a solidão.
Haverá alguém capaz de matar
O fogo de tão maldita paixão?

*Trad. Fado Pedro Rodriques / Arr. Custódio Castelo

Voor de verre prinses

Wij komen nooit meer saam:
De wereld drong zich tusschenbeide.
Soms staan wij beiden ‘s nachts aan ‘t raam,
Maar andre sterren zien we in andre tijden.


Uw land is zoo ver van mijn land verwijderd:
Van licht tot verste duisternis – dat ik
Op vleuglen van verlangen rustloos reizend,
U zou begroeten met mijn stervenssnik.

Maar als het waar is dat door groote droomen
Het zwaarst verlangen over wordt gebracht
Tot op de verste ster: dan zal ik komen,
Dan zal ik komen, iedren nacht.

A uma princesa distante

Jamais voltaremos a ver-nos,
Entre nós dois há um mundo pelo meio.
Por vezes, de noite, à janela nos detemos
Mas são outras as estrelas que vemos...
Doutros tempos o enleio.

É tão longínquo o vosso país do meu:
Como a luz da mais funda escuridão - tão distante -
Que viajando sem parar nas asas do desejo, eu
Vos saudaria num suspiro agonizante.

Porém, se for verdade,
Que sonhando o impossível,
Se leva o maior dos anseios
À estrela mais intangível:
Então eu voltarei,
Voltarei todas as noites...
De saudade.

Fado

Ben ik traag omdat ik droef ben,
Alles vergeefsch vind en veil,
Op aarde geen hoogre behoefte ken
Dan wat schaduw onder een zonnezeil?

Of ben ik droef omdat ik traag ben,
Nooit de wijde wereld inga,
Alleen Lisboa van bij de Taag ken
En ook daar voor niemand besta,

Liever doelloos in donkere stegen
Van de armoedige Mouraria loop?
Daar kom ik vele’als mijzelve tegen
Die leven zonder liefde, lust, hoop…

Fado

Será que sou lento por ser triste,
Porque tudo julgo inútil e vão,
E em terras de sol nada mais me assiste
Que uma sombra aquém da imensidão?

Ou será que sou triste por ser lento,
Porque nunca me lanço ao vasto mundo
Só Lisboa junto ao Tejo é meu intento
Onde anónimo como sempre, me afundo

E por isso dou comigo, à deriva
P’las vielas escuras da pobre Mouraria?
Aí encontro muitos como eu, sem via
Os que vivem sem amor, fé, alegria...

Angústia

De zee trekt onder de nacht
Naar vele verlaten stranden;
Als een vloeibare wind is zijn klacht,
En zout, zooals tranen branden.

Ik voel dat overal waar de
Branding in snikken breekt
Tegen de kusten der aarde,
Mijn leed met zijn golven smeekt

Om de verloren genade
Jou weer nabij te zijn.
Ik wil van mijn schip af waden
Naar iedere einderlijn.

Want nergens en overal,
Als ‘t licht van de maan uit de wolken,
Doolt mijn verdriet door ‘t heelal
En wil zich verdrinken in kolken.

Maar ik weet dat de zee en ik
Des nachts hetzelfde voelen,
Om één leed tezamen woelen
Op ‘t oeverloos bed tot een snik.

Zoo zocht ik om te vergeten
Dat ik alles verloor om een vrouw;
Maar waar hij ook door haar schijnt bezeten,
Word ik toch weer gedompeld in rouw.

Angústia

O mar avança pela noite dentro
Rumo a tantas praias sós, distantes;
De vento e espuma é seu lamento
E de sal, como lágrimas flamantes.

Assim eu sinto o mar
Quando ele se quebra a soluçar
Contra as escarpas da terra,
E com as ondas minha dor suplica

A graça perdida de
Outra vez perto de ti me encontrar.
Quero largar meu navio, caminhar
P’las águas rumo a todo o horizonte

Pois esteja onde estiver, eu cismo:
Tal como o luar das nuvens aparece
Minha dor p’lo mundo vagueia e entontece
E seu desejo é afogar-se no abismo

Porém, de noite eu sei que
O mar e eu sofremos a mesma mágoa
E que no leito sem margem, feito d’água
Um único soluço nos revolve.

Assim fui buscando p’ra esquecer
Que tudo perdi por uma mulher;
Mas quando o mar reluz, preso do encanto
De novo me afundo, lavado em pranto.

Saudade

Ik heb zooveel herinneringen,
Als blaadren ritslen aan de boomen,
Als rieten ruischen bij de stroomen,
Als vogels het azuur inzingen,
Als lied, geruisch en ritselingen:
Zooveel en vormloozer dan droomen.

Nog meer: uit alle hemelkringen
Als golven uit de zee aanstroomen
En over breede stranden komen,
Maar nooit een korrel zand verdringen.

Ze fluistren alle door elkander
Wild en verteederd, hard en innig;
Ik word van weelde nog waanzinnig,
Vergeet mijzelf en word een ander.

De droeve worden altijd droever,
Nu ik het onherroeplijk weet,
Steeds weer te stranden aan den oever
Der zee van ‘t altijddurend leed.

Ook de gelukkige worden droever,
Want zij zijn voorgoed voorbij:
Kussen, weelden, woorden van vroeger
Zijn als een doode vrucht in mij.

Ik heb alleen herinneringen,
Mijn leven is al lang voorbij.
Hoe kan een doode dan nog zingen?
Geen enkel lied leeft meer in mij.

Aan de kusten van de oceanen,
In het oerdonker van de bosschen,
Hoor ik ‘t groot ruischen nog steeds ontstaan en
Zich nooit meer tot een stem verlossen.

Saudade

Tenho tantas recordaçøes como
Folhas tremendo nos ramos,
Canas murmurando à beira-rio,
Aves cantando no céu azul,
Frémito, murmúrios, canção:
Tantas! E mais disformes que sonhos.

Mais ainda: De todas as esferas celestes;
Como a onda, que ao quebrar,
Invade a imensidão da praia, sem
Nunca porém, um grão de areia expulsar.

Em atropelo, ouço-as segredar,
Ora agrestes, ora ternas, duras ou sinceras;
De tanta fartura, ainda dou em louco,
Esqueço quem sou e torno-me um outro.

As que são tristes, mais tristes me soam;
Agora que sei outro recurso não ter,
Que ficar de novo encalhado
Nas margens do eterno sofrer.

Também as felizes, se tornam mais tristes,
Pois para sempre se esvaneceram:
Beijos, luxos, palavras do passado,
São como frutos que em mim morreram.

Nada mais tenho que recordaçøes,
A minha vida já há muito se foi.
Como pode um morto cantar ainda?
Em mim já nenhum canto tem vida.

Nas margens dos grandes mares,
Na funda escuridão dos bosques,
Ouço ainda o grande rumor despertar
E nenhuma voz que o faça libertar.

O engeitado

Ik voel mij van binnen bederven,
Nu weet ik waaraan ik zal sterven:
Aan de oevers van de Taag.
Aan de gele, afhellende oevers,
Er is niets schooners en droevers,
En ‘t bestaan verheven en traag.

Ik bewandel ‘s middags de prado’s
En ‘s avonds hoor ik de fado’s
Aanklagen tot diep in den nacht:
“A vida é immenso tristura” –
Ik voel mij al samensnoeren
Met de kwaal die zijn tijd afwacht.

De vrouwen die visch verkoopen
En de wezens die niets meer hopen
Dan een douro meer, voor een keer,
Zij zingen ze even verlaten,
Door de galmgaten der straten,
In een stilte zonder verweer.

Een van hen hoorde ik zingen
En mijn kilte tot droefenis dwingen:
“Ik heb niets tot troost dan mijn klacht.
Het leven kent geen genade,
Niets heb ik dan mijn fado
Om te vullen mijn leege nacht.”

Ik voel mij van binnen bederven,
Hier heeft het zin om te sterven,
Waar alles wulpsch zwelgt in smart:
Lisboa, eens stad der steden,
Die ‘t verleden voortsleept in ‘t heden,
En ruïnes met roem verwart.

Ik word door dien waan betooverd;
Ook ik heb ontdekt en veroverd,
Die later alles verloor,
Om hier aan den tragen stroom
Bij het graf van den grootsten droom
Te sterven: “tudo é dôr”

O enjeitado

No fundo, sinto-me apodrecer.
Agora sei onde e de quê irei morrer:
À beira do Tejo, de suas margens
macilentas e inclinadas.
Nada é mais belo e triste
E a existência sublime e lenta.

De tarde vagueio pelos prados
E à noite ouço o queixume dos fados
Até romper a madrugada.
- “A vida é imensa tristura” -
E logo sinto as amarras desse mal
Que no tempo aguarda fatal.

São as varinas quem canta o fado
E os entes que já nada esperam.
-“Mais um copo pra esquecer”-
Deixam-no desamparado,
Ecoando por becos e vielas,
Num silêncio que consente.

Um deles ouvi cantar
E minha frieza tornou-se em pesar:
“Nada me consola além da dor.
A vida não conhece o perdão,
Mais não tenho que este meu fado
P’ra me encher a noite, sem amor.”

No fundo, sinto-me apodrecer;
Aqui, de nada serve morrer,
Onde tudo se perde na volúpia da dor:
Lisboa, outrora cidade das cidades,
Arrasta o passado no presente,
E vê nas ruínas uma glória que mente.

Por essa miragem me encantei;
Também eu descobri e conquistei,
Para afinal, de tudo ser perdedor
Morrendo na lentidão da corrente,
Junto à campa do mais nobre
Dos sonhos: “tudo é dor”.
Luisteren
Corpo Iluminado (2001)
Deze CD aanschaffen: Bezoek ook de Melomusic CD winkel Prijs: € 18,00
In 2001 bracht Cristina Branco haar vijfde plaat in vijf jaar uit. Haar stem is in die korte tijd gerijpt: ze heeft de frisheid van de eerste platen bewaard, maar er is een nieuwe coloratuur van de lage registers bijgekomen, die perfect samengaat met de sfeer van de gedichten die ze zingt, met een moeiteloze overgang van melancholie naar jubel, van de droevige saudade naar de vreugde van het samenkomen. Gerijpt ook wat de muziek betreft, aangezien de composities van Custódio Castelo nieuwe horizonten voor de fado blijven openleggen. Luister naar Corpo Iluminado, met zijn sombere en mysterieuze muziek, die de vragen van de zangeres lijkt te begeleiden. Of luister naar Musa, met zijn schijnbare frisheid, waar de gitarist de moeilijkheden van het creatieve proces op het instrument overbrengt.
Post Scriptum (2000)
Haar derde plaat, Post Scriptum (1998) kreeg wederom de prijs van de Monde de la Musique, en haar ster rees, net als de kwaliteit van haar optredens. Zelfs na honderden concerten - van het Centro Cultural de Belém in Lissabon tot het Festival van Edinburg in Schotland en van het Concertgebouw in Amsterdam tot toonaangevende theaters in New York - zijn de live optredens van Cristina Branco de beste manier om haar kunst te beleven. Terwijl Branco aan de ene kant de ingetogenheid belichaamt die de fado zo eigen is, toont ze aan de andere kant een geheel eigen sensualiteit. Dit unieke samengaan van wat eigenlijk extreme tegenstellingen zijn wekt alom de bewondering van haar toeschouwers - of zij de woorden die Branco zingt nu begrijpen of niet.
Liedteksten

Lisboa De Paixoes

Lisboa
Terra de todos e ninguém.
A que Deus deu o encanto.
A ti, cidade ninguém
Nua de mim em pranto
És luz divina de sol
E triste...
Tão triste de vento.

Mas é assim Lisboa, doída de choro
Que encaminho a alma do meu fado
Em direcção aos becos do teu corpo.

Não és minha, não, Lisboa
És de Deus e Além,
Do mar e Universo.

Lisboa.
Já te escreveram de paixões
Corpos ardendo... por ti!
E eu que já te cantei em versos sonhados!

Mas é assim Lisboa......
 
Murmúrios (1999)
Haar tweede album, Murmúrios - haar eerste cd die in de studio werd opgenomen - was een beslissende mijlpaal in haar carrière; in Frankrijk kreeg ze er de gerenommeerde prijs Choc de l'Année du Monde de la Musique in de categorie wereldmuziek voor. De uitnodigingen voor live optredens stroomden toe en de weg lag voor haar open: Cristina Branco zou fadozangeres worden. Op deze plaat wordt het geruis van bladeren vermengd met de bijna ademloze zucht, langzaam voortdrijvende wolken en de schemering… dat is de fado… zo zijn de murmúrios van Cristina Branco.
Liedteksten

Mágoa

Bólam leves, desatentos,
Meus pensamentos de mágoa
Como no sono dos ventos
As algas, cabelos lentos
Do corpo morto das águas.

Bóiam como folhas mortas
À tona das águas paradas.
São coisas vestindo nadas.
Pós remoinhando nas portas
Das casas abandonadas.

Sono de ser, sem remédio,
Vestigio do que não foi,
Leve mágoa, breve tédio,
Não sei se pára, se flui;
Não sei se existe ou se dói.

Fado Das Sedes

Há muito que tenho sede,
Sede que me faz gritar
A esmola da gota d'água
Que ninguém tem p'ra me dar.

Há em mim sedes de Agosto
Da agua que não correu,
Das flores que secam nos vales,
Sede que a sede me deu.

Tenho a sede das searas
E das crianças sem mãe.
Tenho sede (tanta sede!)
De agua que nunca vem.

Eu tenho a sede das fontes
Que correm para ninguém.
Tenho sede de outras sedes
Da sede que a sede tem.

Abandono

Por teu livre pensamento
Foram-te longe encerrar
Tão longe que o meu lamento
Não te consegue alcançar
E apenas ouves o vento
E apenas ouves o mar
Levaram-te a meio da noite
A treva tudo cobria
Foi de noite numa noite
De todas a mais sombria
Foi de noite, foi de noite
E nunca mais se fez dia.

Ai! Dessa noite o veneno
Persiste em me envenenar
Oiço apenas o silêncio
Que ficou em teu lugar
E ao menos ouves o vento
E ao menos ouves o mar.
 
Cristina Branco i... (1998)
Deze CD aanschaffen: Bezoek ook de Melomusic CD winkel Prijs: € 15,00
In 1997 leidde een kort optreden in een Portugees televisieprogramma tot een uitnodiging om in Nederland op te treden. Uit dit eerste optreden als beroepszangeres kwam deze aanvankelijk in kleine kring uitgebrachte cd voort, die meteen een groot succes was.
Liedteksten

Fado das sedes

Há muito que tenho sede
Sede que me faz gritar
A esmola da gota d’água
Que ninguém tem p’ra me dar

Há em mim sede de Agosto,
Da água que não correu,
Das flores que secam nos vales.
Sede que a sede me deu.

Tenho a sede das searas
E das crianças sem mãe.
Tenho sede (tanta sede !)
Da água que nunca vem.

Eu tenho as sedes das fontes
Que correm para ninguém.
Tenho sede de outras sedes.
Da sede que a sede tem.

Ausente

Adeus oh minha gente
Vou fazer-me à dura estrada
Minh’alma ardentemente
Quer erguer-se e está prustrada
Longe está meu horizonte
Uma luz resta-me ao longe
Qual fogueira em alto monte

Adeus oh minha gente
A quem vejo arrependidos
As mãos que me negaram
Já me as deram como amigos
Mas dentro de mim arde
Um sossego abrasador
Do Alentejo em fim de tarde

Adeus oh minha gente
Venham ver-me à despedida
Nasci no lado errado
No lado errado da vida
Partindo fico ausente
Nem memória vou guardar
Ai! Adeus oh minha gente…

Vai o bem fugindo

Vai o bem fugindo
Cresce o mal cos anos
Vão-se descobrindo
Co tempo os enganos
Amor e alegria
Menos tempo dura
Triste de quem fia
Nos bens da ventura

Ai ventura minha
Como me negaste
Um só bem que tinha
Porque mo roubaste
Alegre vivia
Triste vivo agora
Canta a alma de dia
E de noite chora

O campo floresça
Murmurem as águas
Tudo me entristeça
Cresçam minhas máguas
Confesso os enganos
Do meu pensamento
Bem de tantos anos
Foi-se num momento

Fado Louco

Num fado louco e vazio
Tracei um caminho frio
Que meus passos palmilharam,
Andei por vales e montes
Bebi a água das fontes
Mas os meus lábios secaram.

Vão nos meus olhos cerrados,
Mundos lindos mas fechados
Sonhos de mentida ilusão
E os meus passos hesitantes
Vão perdidos mas distantes
Num trilho sombrio e vão

Louca fui, louca serei,
E tão louca que nem sei
Quanta loucura há em mim…
Este caminho sem Norte
É ânsia, poeira e morte,
Silêncio, saudade e fim.
Luisteren
 
Afbeeldingen
Download
Details Jaar
Flyer Cristina Branco Live (JPG) 01-05-2007
Website
Website Details
www.cristinabranco.com Cristina Branco official website