Grupo Fundo do Quintal
Met zestien gouden en drie platina platen en talloze verkiezingen tot "Beste Sambagroep" is de Grupo Fundo do Quintal (G.F.Q.) - letterlijk: "de groep uit de achtertuin"- in haar meer dan dertigjarige bestaan ongetwijfeld uitgegroeid tot de belangrijkste en de beste Pagodegroep, oftewel sambagezelschap van Brazilië.
Het begon allemaal toen de oprichters van de groep, zonen en dochters van families die traditioneel deel uitmaakten van de Sambafeesten, de gewoonte kregen om grote groepen sambazangers en dansers (zogenaamde pagodes) uit te nodigen in de achtertuinen van hun huizen. Vanaf het jaar 1975 namen deze bijeenkomsten een grote vlucht bij de feesten in de "Cacique (chef) de Ramos" waar na het gebruikelijke samenspel op de woensdagavonden, iets te eten op tafel kwam en bier werd geschonken, waarna het feest doorgaans uitmondde in een groot sambaoptreden dat niet zelden tot in de vroege ochtend doorging. Op een van die feesten was de bekende zangeres - en later belangrijke pleitbezorgster van de groep - Beth Carvalho aanwezig. Zij was diep onder de indruk van het de groep en het feest, zelfs zo dat zij de plek later de naam "Viena Maestra do Samba" (het hoogste Wenen van de samba) gaf.
Het eerste professionele optreden van de groep kwam op uitnodiging deze "peetmoeder" Beth Carvalho; zij vroeg de groep om mee te spelen op haar album "Pé no Chão" ("Voet op de Grond"), opgenomen in 1978. Twee jaar later, in 1980, namen ze voor het label RGE hun eerste eigen album op: "Samba é no Fundo de Quintal" ("Samba gebeurt in de achtertuin").
INSTRUMENTEN EN MUZIKALITEIT:
De G.F.Q. ontstond op een moment dat er maar weinig platenopnamen werden gemaakt van de grote namen uit de sambamuziek. In die tijd werd sambamuziek gewoonlijk gemaakt met instrumenten als de surdo (grote trom), agogô (soort koebel), reco-reco (soort rasp), tamboerijn, enzovoorts. Maar de G.F.Q. voegde daar een aantal bijzondere instrumenten aan toe, zoals de tan tan of tantã (trommel) die Sereno introduceerde, de repique de mão (soort handtrommel), die werd uitgevonden door Ubiran en de tamboerijn, die op ongeëvenaarde wijze werd bespeeld door Bira. Als snaarinstrument voegde Almir Guinéto de banjo toe, terwijl dat eigenlijk een instrument uit de countrymuziek is. Het samenspel en de cadans van de percussie, opgeteld bij mooie teksten en melodieën die zich op harmonieuze, chique en elegante wijze een weg banen tussen traditionele samba’s en samba’s van de "partido alto" (een subvorm van de samba) zorgen ervoor dat de groep - steeds met een geheel eigen stijl - sinds de tachtiger jaren kan rekenen op veel steun en liefde van het publiek voor hun werk. De G.F.Q. is er ook heel goed in geslaagd het jongere publiek aan zich te binden. De optredens worden massaal bezocht door jonge mensen die alle grote successen, de nieuwe maar ook de oude, woord voor woord meezingen. De saamhorigheid, het plezier en de uitgelaten, feestelijke sfeer zijn duidelijk herkenbaar bij alle optredens van de groep door heel Brazilië.
NAAM:
De naam "Groep uit de achtertuin" werd bedacht - en meteen aanvaard - door Waldomiro Oliveira, een vriend van de leden en producent bij het platenlabel Tapecar.
SAMENSTELLING IN HET BEGIN:
Bira Presidente, Ubirany, Sereno, Neoci, Almir Guinéto, Jorge Aragão en Sombrinha.
HUIDIGE SAMENSTELLING:
Bira, Ubirany, Sereno, Ademir Batera, Ronaldinho en Flavinho. Met uitzondering van Cleber, bestaat de groep sinds 1992 in deze samenstelling.
Van de oprichters zijn Bira, Ubirany en Sereno nog steeds lid van de groep.